Werken in de hitte: van siësta tot zwetend achter je bureau.
- Dirk van Ommen
- 30 jun 2025
- 3 minuten om te lezen
Sinds ik in Spanje woon, kijk ik anders naar zomers. Waar ik vroeger in Nederland op mijn werkplek zwetend probeerde te doen alsof 32 graden ‘gewoon warm’ was, heb ik hier geleerd dat de zomer niet iets is om te negeren, maar om serieus te nemen en je erop aan te passen.

In Spanje zijn hoge temperaturen geen uitzondering. Het is een gegeven. De hitte komt, elk jaar weer, en niemand doet alsof het niet gebeurt. In plaats van stug het gewone werkritme aan te houden, passen mensen hun dagindeling aan. Werken begint vroeg, vaak al rond zeven uur, zodat het grootste deel van de taken gedaan is voordat de zon op z’n felst brandt. En als die middagzon dan echt op z’n hoogst staat, stopt alles. Veel winkels sluiten, kantoren lopen leeg, en de wereld valt even stil. Siësta is geen luxe, maar een praktische oplossing om het hoofd koel te houden.
En dan augustus. In veel sectoren is dat hier geen productieve maand. Veel bedrijven sluiten de deuren, mensen gaan massaal op vakantie, en het lijkt alsof het land collectief uitademt. Er is ruimte om even niets te moeten, om letterlijk op adem te komen. Niet alleen goed voor het lichaam, maar ook voor de geest.
Als ik dat vergelijk met hoe het er in Nederland aan toegaat tijdens een plotselinge hittegolf, dan valt het contrast op. Daar wordt de hitte vaak toch nog gezien als iets waar je even doorheen moet bijten. Airco of niet, kantoren worden broeikassen, productiviteit daalt, hoofden worden zwaar, discussies ontstaan sneller. Het is niet gek; onze hersenen functioneren nu eenmaal minder goed bij hitte. Toch blijft het gevoel hangen dat ‘doorwerken’ de enige optie is.
Wat zou het mooi zijn als we daar wat meer zuidelijke flexibiliteit zouden inbrengen. Niet door het hele land stil te leggen, maar door slimmer te werken. In sommige sectoren gebeurt dat al. In de bouw, bijvoorbeeld, wordt bij extreem warm weer vaak gewerkt met een tropenrooster. Dat betekent dat werkdagen veel eerder beginnen, soms al om zes uur, en dat men rond de middag stopt. Werken in de felle middagzon is simpelweg te gevaarlijk: het risico op oververhitting, uitdroging of ongelukken neemt snel toe.
Bouwvakkers krijgen op zulke dagen soms ook aangepaste pauzes en extra drinkmomenten, vaak ook zonnebrandcrème aangeboden, en er wordt waar mogelijk voor gezorgd dat ze in de schaduw kunnen werken of tijdelijk binnen klussen doen.
In de landbouw gebeurt iets soortgelijks. Oogsten of planten gebeurt vroeg in de ochtend of juist aan het begin van de avond. In sommige kassen wordt zelfs tijdelijk werk uitgesteld als de temperatuur boven een bepaald punt komt. En in de zorgsector zie je dat roosters verschoven worden om het personeel iets meer lucht te geven tijdens warme dagen.
Het is dus niet alleen een kwestie van willen, maar ook van durven organiseren. Flexibel zijn, vooruitdenken, en erkennen dat hitte invloed heeft op mensen. In Nederland is dat nog niet altijd vanzelfsprekend, maar het zou het wel kunnen worden.
Ook op kantoor valt veel winst te halen. Niet alleen door ventilatoren te plaatsen of de airco iets lager te zetten, maar ook door bijvoorbeeld kledingvoorschriften tijdelijk los te laten. Niemand functioneert goed in een “driedelig pak" als het 34 graden is. Geef ruimte aan gezond verstand. En overweeg thuiswerken op echt hete dagen, zodat mensen hun eigen ritme kunnen volgen door bijvoorbeeld ’s ochtends en ’s avonds een paar uur te werken, en in de middag pauze nemen wanneer het buiten én binnen onaangenaam is.
Voor werknemers geldt ook: luister naar je lichaam. Drink meer dan je denkt nodig te hebben, zoek de schaduw op waar je kunt, en neem korte pauzes. Niet om lui te zijn, maar om het vol te houden. Hitte vraagt om respect en negeer je het, dan haalt het je vanzelf in.
Misschien is het tijd dat we de hittegolf in Nederland niet meer als incident zien, maar als iets wat erbij hoort. Iets waar we ons op voorbereiden, zoals we dat met regen en sneeuw ook doen. Met een beetje zuidelijke wijsheid komen we een heel eind.
En wie weet… is een korte siësta op z’n tijd helemaal zo gek nog niet!




Opmerkingen